Ben ~ 6
Juliennewerd vroeg wakker vanwege het onweer. ‘Ben?’ mompelde ze en zerolde naar zijn kant van het bed x96 het was leeg.
‘Ben?’ Ze gingrecht zitten en knipte het licht aan. Het bed was leeg en opgemaakt,en zijn kleren, die Julienne had klaargelegd, lagen niet meer op deleren stoel in de hoek van de kamer.
Ze trok haarochtendjas aan en schoof haar voeten in haar pantoffels. Wat eenweer, wat een weer, dacht ze, terwijl ze stilletjes de trap af sloop.
Ze liep regelrechtnaar de telefoon en beluisterde haar voicemail.
‘U heeft 2 nieuweberichten,’ zei de robot-achtige stem van de voicemail.
‘Goedemorgenlieverd, ik ben waarschijnlijk al weg als je dit hoort, maar ik benvroeg naar mijn werk gegaan vanwege het weer. Het veroorzaakt altijdhele lange files, dus vandaar. Tot vanavond. Reken maar niet op memet het eten.’
Het tweede berichtwas ook van Ben, alleen dan vijf minuten later, en luidde: ‘O, enJuul? Valxe9rie is vanmorgen om half vijf thuisgekomen, dus je hoeftje geen zorgen te maken! Dag!’
Julienne hing opmet gemengde gevoelens.
Ze sjokte naarboven om nog even te slapen, tot over een halfuurtje de wekker zougaan.
Maar voordat ze opbed ging liggen wilde ze nog even een telefoontje plegen.
Toen de wekker omzeven uur afging, trof ze tot haar verbazing Valxe9rie al aan, aan dekeukentafel. Ze had kringen onder haar ogen en zat met haar handen omhaar kop thee, terwijl ze afwezig in het niets staarde.
‘Valxe9rie?’ vroegJulienne aarzelend. Ze was bang voor Valxe9rie’s reactie.
‘O,’ zei Valxe9rie,terwijl ze omkeek naar Julienne. ‘Goedemorgen.’
‘Waar was je?’vroeg Julienne nonchalant. Ze probeerde niet streng of terechtwijzendte klinken.
Het duurde evenvoor Valxe9rie antwoord gaf. ‘Bij vrienden,’ zei ze na een tijdje.
‘Bij wie dan?’
‘Boeit dat?’snauwde Valxe9rie. Ze stond op en stootte daarbij onhandig haar theeom, op haar zwarte jeans, die ze dat weekend had gekocht.
‘Verdomme!’ gildeValxe9rie. Het leek alsof ze elk moment in tranen kon uitbarsten. Zeschold nog even door, totdat Julienne het niet meer aan kon horen, zoop de vroege morgen.
‘Valxe9rie! Het ismaar thee!’
‘Ja, en dit ismaar een broek van honderd euro!’ snauwde Valxe9rie.
‘Luister, Valxe9rie,het is maar water met kruiden, dat krijg je er zo uit. Stop het maarin de was.’
‘Ik wilde hetvandaag aandoen!’ riep Valxe9rie.
‘Ssst! Straks maakje Eric nog wakker!’ siste Julienne.
‘Dus?’ Valxe9riedrukte haar handen tegen haar hoofd, en tot Julienne’s verbazingtrilden die.
‘Val? Wil je mevertellen waar je hebt gezeten?’
‘Nee! Dat heb iktoch al gezegd! Het gaat jou niks aan!’
‘Weet Ben waar jehebt gezeten?’
Valxe9rie haaldehaar schouders op. ‘Laat me gewoon even ontbijten zeg! Kun je hetkruisverhoor niet op zijn minst uitstellen tot de lunch?’
Julienne had deneiging haar weer door elkaar te schudden zoals ze gister in de autohad gedaan, maar ze hield zich in.
Ze haalde haarschouders op en begon het ontbijt voor Eric te maken. ‘Waarom heb jeniet gezegd waar je was? Waarom nam je niet op?’
‘De batterij wasop,’ zei Valxe9rie, terwijl ze Julienne’s ogen vermeed.
‘En je kon nieteven het mobieltje van iemand anders lenen? Weet je wel hoe ongerustik was, Valxe9rie? Je kon net zo goed dood zijn of x96 of verkracht!’
‘Jezus, je moet jeniet zo druk maken, mens!’
Julienne zeiverontwaardigd dat iedere ouder zich zou druk maken als een meisjevan vijftien een hele nacht weg was, waarop Valxe9rie kwaad zei datzij niet haar moeder was, waarop Julienne zei dat ze daar blijom was.
Na een kwartiergekibbel pakte Valxe9rie haar spullen, en zei: ‘Ik ben het zat! Ikga!’
‘NEE!’ gilde Julienne, en ze pakte Valxe9rie vast bij haarschouder. ‘Ik ben het zat! En ik ga ervandoor! Zoek hetmaar lekker uit!’
De telefoon was altwee keer gegaan, maar geen van beiden wilde opnemen.
En net toen zevoordeur open wilde trekken, ging de telefoon nog een keer over.Zuchtend liep Julienne terug naar de woonkamer en nam op.
‘Met Julienne?’
‘Goedemorgen,mevrouw Bergmans. U spreekt met Anne de Bruyn, de secretaresse vanmeneer Martens?’ Daar heb je dat stomme grietje weer, dacht Julienne,en ze wilde net zeggen dat ze ongelegen belde, toen Anne iets zei wathaar maag deed omkeren.
‘Sorry dat ik u zovroeg stoor, maar er is iets met uw echtgenoot.’
Het verderegesprek herinnerde Julienne zich nog maar vaag. Ze wist nog dat Annezei dat Ben een hartaanval had gehad, maar dat hij er niet aanoverleden was. Wat ze zelf had gezegd wist ze niet meer, maar toen zeophing had ze het adres van het ziekenhuis op de achterkant van eenafschrift gekrabbeld en hoorde ze zichzelf tegen de kinderen zeggendat Ben een hartaanval had gehad, en dat hij in het ziekenhuis lag.
Een halfuur laterzaten ze in het ziekenhuis. Het leek alsof Eric de situatie nietbegreep, maar Julienne wist wel beter.
Als iedereen dachtdat hij te jong was om het te begrijpen, maakte hij opeens eenopmerking die iedereen versteld deed staan. Ze glimlachte.
Links van haar zatdie Anne, in feite een jong, timide meisje dat er geschrokken uitzag. Wat kon je dan verwachten, dacht Julienne, ze had haar man netgered!
Valxe9rie zaglijkbleek en ze zat kaarsrecht in het oranje klapstoeltje, en bijelke witte jas keek ze verwachtingsvol op.
Julienne zelfbladerde afwezig door wat tijdschriften. Van alle emoties die doorhaar heen gingen, was haar schuldgevoel wel het grootst.
Was het erg alshet je niet uitmaakte of Ben hier levend uit kwam of niet? Je hoordeniet te hopen op de dood van je man.
Was iemand doodwensen even erg als iemand vermoorden?
Maar dat warenniet de enige redenen voor haar schuldgevoel.
Want Anneprobeerde het zilveren mobieltje in haar zak x96 dat van Ben was x96duidelijk voor haar te verbergen. Misschien dacht ze dat zijnmaxeetresse hem had gebeld, voordat hij een hartaanval had gehad.
Maar dat was haarhelemaal niet geweest. Het was Julienne geweest, die hem eenhartaanval had bezorgd.
Ze had hem aan detelefoon gehad, en met haar ogen op een artikel in het tijdschriftgericht, beleefde ze het gesprek dat ze hadden gehad nog een keer.
‘Schoonheid, hebje je bedacht?’ Hij had duidelijk verwacht dat iemand anders hembelde.
‘Met Julienne?Spreek ik met Ben?’
‘Eh x96 sorry x96ik verwachtte x96 laat maar,’ stamelde hij.
‘Je hoeft niet tedoen alsof, Ben. Ik weet al heel lang dat je iemand anders hebt.’Julienne zacht gepraat om niemand wakker te maken.
‘Wat x96 Juul! Wateen onzin x96 ‘
‘BEN!’ schreeuwdeJulienne. ‘Je kunt misschien anderen voor de gek houden, maar mijniet! Ik ben het zat, hoor je me? IK x96 BEN x96 HET x96 ZAT!’
Het was even stilgeweest. Ben wist duidelijk niet wat hij moest zeggen, hij ademdealleen maar zwaar in de telefoon, en toen wist Julienne dat het nu ofnooit was.
‘Ben. Ik ga weg,vanmiddag, voordat je thuiskomt. Ik neem de kinderen met me mee.’
‘Nee! Dat doe jeniet! Dat kun je niet maken! Eric is mijn zoon!’ riep Ben.
‘O, ga je nuineens doen alsof je om hem geeft, Ben? Wat ontroerend,’ zei zesarcastisch.
Ben zuchtte. ‘Ikben ook zijn ouder, Julienne. Ik ben misschien geen goede, maar ikben zijn vader.’
‘Ben, tenzij jewil dat alles uitkomt, zou ik maar doen wat ik zeg.’
‘Lieverd, er zijnergere dingen dan vreemdgaan. Het spijt me, Julienne, echt waar.’
‘O, nou, als hetje spijt x96 ‘
‘Julienne! Hou opmet dat sarcasme, okxe9? Je kunt Eric meenemen, maar Valxe9rie laat jehier!’ Hij klonk wanhopig.
‘Waarom zou ik?Ben x96 ik weet ook wel dat vreemdgaan niet het ergste is dat je kanoverkomen. Ik bedoel, die dingen gebeuren, is het niet?’
Ben was stil.
‘Maar daar heb ikhet ook niet over, Ben. Ik heb het over wat je daar vxf3or hebtgedaan.’
‘Wat x96 hoe x85Hoe bedoel je?’
‘Wat je met jevrouw hebt gedaan. De vrouw vxf3or mij, bedoel ik. Weten ze het op jewerk? Weet je vriendin het?’
Hij zweeg.
‘Ik denk het niet,hxe8, Ben? Moet ik het ze gaan vertellen?’
‘Ik weet niet waarje het over hebt,’ zei Ben toonloos.
‘O, ik denk dat jedat wel weet, Ben. Maria heeft helemaal geen zelfmoord gepleegd, hxe8?Jij hebt haar vermoord.’
‘Ik x96 je hebtgeen bewijzen! Je kan dat niet bewijzen!’
‘O, ik denk hetwel, Ben,’ loog Julienne. Ze had helemaal geen bewijs. Ze had altijdal een vaag vermoeden gehad dat er iets was gebeurd tussen hem enMaria, want hij wilde er nooit over praten als ze er naar vroeg.
En toen vond ze debrieven.
Brieven van hemnaar Maria, die nooit waren verstuurd. Brieven waarin hij haarsmeekte om hem te vergeven, dat hij hoopte dat ze nu gelukkiger was.
Dat hij hoopte dathij haar ooit nog zou zien.
‘NEE! NEE x96 NEE!NEE, ZEG IK JE!’ riep Ben, en het leek alsof hij op het punt stond omin huilen uit te barsten. Toen fluisterde hij: ‘Je mag haar nietmeenemen…’
‘En waarom dan welniet? Waarom is zij je dierbaarder dan onze Eric?’
‘Omdat x96 Maria x85Ze is het enige x85 ‘
‘Aha, ze lijktzeker op Maria, hxe8? Is dat het? Is dat waarom je Valxe9rie behandeltals een prinses die alles kan en mag?’
‘Jij weet niet hoeerg ik spijt heb, Julienne! Valxe9rie is het enige bewijs dat Mariaecht bestaan had, dat ik haar lief had x96 ‘
‘Ik ga haar tochmeenemen, Ben. Het is voor haar eigen bestwil.’ Ze dacht aan die keerdat Ben had geprobeerd Valxe9rie te wurgen.
Julienne was nogmaar net op tijd gekomen. Hij schreeuwde dat ze net haar moeder was,en dat hij haar niet kon uitstaan.
Hij zei dat ze,net als haar moeder, het bloed onder zijn nagels vandaan kon krijgen,en dat ze net zo’n ondankbaar kreng was als haar moeder.
‘Verdomme! Luisterx96 naar x96 me!’ verstoorde hij haar gedachten. ‘Ik wil het niethebben, okxe9?!’
‘Wat ga je eraandoen? Je hebt geen keus, Ben. Als je haar wilt houden, en ik vertelalles, zou ze dan nog ook maar iets met je te maken willenhebben? Nee. Ben, het is voor haar eigen veiligheid!’
‘O, is dat eendreigement?’
‘Dat is hetzeker.’
‘Heus waar? Nou,doe vooral wat je niet laten kan! Het kan me geen moer schelen! Ik x96je x96 ‘
‘Ben, ik neemValxe9rie mee en je kunt er niks aan doen. Dag, Ben.’
Hij was weer stil.
‘Ben, geloof menou maar, het is het beste. Het spijt me, Ben.’
Hij zei nog steedsniks.
‘Ben, je kunt mehet wel vertellen. Wat is er precies gebeurd? Wat is er gebeurd op denacht dat Maria overleed?’
‘Ik x96 ik kan hetniet…’
Hij was stil, entoen hoorde ze een bonk en een hoop geruis.
‘Ben? BEN?’
Julienne sloeg depagina om. Ze had Ben bijna de dood in gejaagd. Ze had hem zo goedals vermoord. Net zoals hij bij zijn vrouw had gedaan.
Ze vroeg aan Anneof ze zijn telefoon even mocht, en deed net alsof ze niet wist dathij vreemd was gegaan.
En toen wiste zehaar naam uit de oproepenlijst. Alles zou veel makkelijker zijn, zo.Als hij nu dood zou gaan.
Het zou ookmakkelijker zijn voor hem zelf. Voor de kinderen.
Voor iedereen.
‘Zijn dat uwkinderen?’ vroeg Anne na een tijdje.
Julienne keekverbaasd op. ‘Eric wel, Valxe9rie is mijn stiefdochter.’
Ze waren weerstil. Kennelijk had Anne de behoefte om die op te vullen x96 maar datwerd al voor haar gedaan.
‘Wanneer mogen wenaar hem toe?’ eiste Valxe9rie. Ze had haar armen over elkaar geslagenen haar gexebpileerde wenkbrauwen zaten in een boze frons.
‘Dat weet ikniet,’ antwoordde Julienne eerlijk. Ze keek haar stiefdochteronderzoekend aan. Ze zag er kwetsbaarder uit dan ooit, zelfs nu zezo’n aanvallende houding aannam.
‘Wat doet zijhier?’ vroeg Valxe9rie.
Dat vroeg Juliennezich ook af. Ze keek even naar links, waar Anne zenuwachtig met eenpen op het stoeltje zat te tikken.
‘Zij heefthet leven van je vader gered, ondankbaar kreng! Dus ik zou maar eenbeetje aardiger zijn als ik jou was!’ zei Julienne.
Maar ze hadhet meer tegen zichzelf. Anne hxe1d zijn leven gered, ze mxf3est haardankbaar zijn. Maar ze kon het niet opbrengen aardig te doen tegendegene die haar man had gered.
Want ze had gewilddat hij was gestorven.
‘Misschien is zijook wel de reden waarxf3m hij een hartaanval heeft gehad! Als ikiemand zou zien die er zo uit zag,’ zei Valxe9rie zonder op Anne teletten (die nu bewust de andere kant op keek en op haar nagels beet),’zou ik misschien ook wel een hartaanval krijgen!’
Julienne keek naarValxe9rie. Ze kon begrijpen waarom ze soms het bloed onder Ben’snagels vandaan haalde. Misschien kon ze zelfs begrijpen waarom hijzijn vrouw had vermoord. ‘Anne ziet er leuker uit dan jij,’ loog zetenslotte.
Anne zag erhelemaal niet leuk uit. Ze had een lelijke broek aan, lelijke sokken,een lelijk vot dat waarschijnlijk als colbert bedoeld was en dan haarpluizige, ongekamde haar.
‘O, ja? Hoe kleedik me dan, hxe8? Zeg het maar!’ daagde Valxe9rie uit.
Juliennezuchtte. Ze had dit al zxf3 vaak gehad. x93Je moet er niet op ingaan,x94had haar therapeut eens gezegd. x93Je moet er om heen fietsen.x94
En dat had ze vaakgedaan. Ze deed alsof ze de beledigingen niet hoorde, alsof ze dehatelijke blikken niet zag en alsof ze de klap in haar maag nietvoelde.
Maar dat had zelang genoeg gedaan.
‘Je ziet er uitals een ordinair hoertje, Valxe9rie. Een ordinair hoertje,’ herhaaldeze, met een afwezige blik. Ze hoorde Anne naast haar ongemakkelijkvan houding veranderen.
Valxe9rie keek haarstiefmoeder verbaasd aan, maar ook een beetje onder de indruk.
‘Zo, dan heefttenminste iemand ooit de waarheid tegen je gezegd,’ zei Juliennealsof ze Valxe9rie had verteld dat het morgen zou gaan regenen. ‘Nou,Anne, trek je er maar niets van aan, hoor, ik krijg dat soortopmerkingen dagelijks naar mijn hoofd geslingerd.’
‘Weet u, ik moetzo maar gaan x96 ik denk dat meneer Martens het heel raar zal vindenom mij hier straks te zien,’ zei Anne, maar ze leek het niet temenen.
‘Nee, nee, hij zaljuist blij zijn om u te zien!’ loog Julienne. Ze dacht niet dat Anneer toe deed, of dat ze er ooit voor iemand toe had gedaan.
Anne keek eenbeetje dommig, maar dat zal ze waarschijnlijk wel vaker hebben alseenvoudige secretaresse.
‘Nee! Laat haarweggaan!’ riep Valxe9rie, al was het alleen maar om te kijken hoe Annezou reageren. ‘Het is al erg genoeg voor papa om met xe9xe9n zo’n dooste zijn, laat staan met twee!’
Julienneglimlachte om haar stiefdochter. Soms dacht ze weleens dat het hxe1ardochter was.
Het was weer eentijdje stil, en Julienne dacht weer na over wat er zou gebeuren naBen’s dood. Zou zij Valxe9rie krijgen? Zou Valxe9rie bij haar tantewillen wonen?
Op zichzelf? EnEric, zou arme, kleine Eric het erg vinden?
Maar haar zorgenwaren tevergeefs, want Ben ging niet dood.
Na een tijdje kwamde zuster om dat te vertellen. In eerste instantie had ze gedacht dathet de zoveelste witte jas was, maar toen zag ze Anne opspringen.
Ze had een felletwinkeling in haar ogen en een glimlach om haar dunne lippen. Dezuster zei tegen Anne zei dat alles goed kwam of iets dergelijks, zedacht waarschijnlijk dat Anne zijn vrouw was.
En toen had dezuster kennelijk gezegd dat ze hem mochten bezoeken, en Valxe9rie enAnne liepen meteen achter haar aan.
Alleen Eric had opzijn moeder gelet.
‘Mama?’ vroeg hijaarzelend, met zijn kleine handjes in zijn zakken. Aarzelend reiktehij een hand uit, en trok aan zijn moeders vest.
‘Ga maar alvast,’fluisterde Julienne haar zoontje toe. ‘Kom je naar papa?’
‘Mevrouw, gaathet?’ vroeg de opdringerige zuster. Ze was heel mannelijk: een bredekaaklijn, kort piekhaar en een zware stem.
Ze zag dat Anne’slippen op dezelfde tijd hadden bewogen, maar door het zware geblafvan de zuster had ze het niet gehoord.
Anne en de zusterlachten.
Julienne knikte engodzijdank liep de zuster weg, of beter gezegd ze beende onflatteusweg.
‘Julienne,’fluisterde Julienne toen Anne en zij daar een tijdje waren. Het wasniet haar bedoeling geweest om te fluisteren, maar ze had het gevoeldat haar keel werd dichtgeknepen.
Had Maria zich zogevoeld, toen Ben haar keel dicht kneep?
‘Sorry?’verstoorde Anne haar gedachten.
‘Julienne,’ zei zetoen ze haar stem weer terug had. ‘Noem me maar Julienne.’ Ze gingAnne voor Ben’s kamer in, waar hij in het ziekenhuisbed lag.
Hij zag er slechtuit, nog slechter dan gisteravond. Toen Julienne binnenkwam,glimlachte hij. Zou hij het nog weten? Het gesprek van gisteravond?
‘Hoe voel je jepapa?’ Valxe9rie was op de rand van zijn bed gaan zitten, met haar rugnaar Julienne toe. Haar blonde haren hingen sierlijk over haar dunne,half ontblote rug.
Ze deed Julienneplotseling heel erg denken aan de vrouw op de foto op Ben’snachtkastje. Maria was ook een lange, blonde vrouw geweest. Heelmager, en niet met een bijzonder knap gezicht, maar wel met eenbepaalde sierlijke uitstraling.
Julienneglimlachte.
Dit was misschienwel het laatste wat ze tegen haar vader zou zeggen. Zou Valxe9rie hetook voelen? het afscheid dat als een zwaar parfum in de lucht hing enhaar gedachten bedwelmde.
Ben zei iets, maarJulienne hoorde het niet.
Valxe9rie lachte enaaide over Ben’s lokken. Ze boog zich voorover, alsof ze hem op zijnmond zou zoenen.
Julienne keeknieuwsgierig toe.
Valxe9rie keekvanuit haar ooghoeken naar haar stiefmoeder, en fluisterde x96 zonderhaar ogen van Julienne af te wenden x96 iets in Ben’s oor.
Ze keek opzij,alsof ze het intieme moment niet gezien had.
‘Juul? Gaat het?’Ben’s dunne lippen waren in een glimlach gekruld.
Julienne keek evenin zijn ogen, maar staarde toen weer weg, niet omdat ze niet wildeantwoorden, maar omdat ze simpelweg niet wist wat ze moest zeggen.
‘Anne?’ Ben keeknieuwsgierig naar zijn secretaresse.
Ben stamelde wat,en keek toen voor uitleg naar Julienne. Valxe9rie maakte een geluidjedat klonk als ‘tuh’ en rolde met haar ogen, blijkbaar beledigd voorhet gebrek aan aandacht van Ben.
Valxe9rie was alseen soort bloedzuiger, of beter x96 een parasiet.
Een mooie,sierlijke parasiet die heerlijk geurt. Maar als je haar niet genoegaandacht gaf, begon ze ineens vervelend te worden x96 ze overwoekerdeje, net zo lang tot je haar de aandacht gaf die ze nodig had.
Was Maria ook zogeweest?
‘Anne heeft jegevonden,’ riep Julienne, alleen om Valxe9rie boos te krijgen. ‘Zeheeft je mond-op-mond,‘ (dat woord zei ze nadrukkelijk, waaropValxe9rie geschokt van Anne naar haar vader keek) ‘beademing gegevenen je gemasseerd. Dat moet namelijk, als je een hartaanval hebtgehad.’
Valxe9rie opendehaar mond om iets te zeggen, maar Ben was haar voor.
‘Ik x96 wauw x96Anne!’
‘Het is niets,’loog Anne.
Het was even stil,en toen begon Anne keihard te lachen. Met haar hand voor haar mondboog ze voorover van het lachen.
Julienne zagValxe9rie naar Anne kijken zoals je naar een aap in een dierentuinkijkt, wel grappig x96 maar je hebt ook medelijden met ze.
Toen ze wasuitgelachen zei Anne Ben’s naam.
‘Ja?’
‘Ik neem ontslag.’
‘Wat? Anne!Waarom?’ Ben kon duidelijk zijn oren niet geloven, net zoalsJulienne. Ze had daarvoor nog gedacht dat het zo’n suf, stilhuismusje was die niet voor zichzelf op kon komen.
‘Dat meen je tochniet?’ vroeg hij met spot in zijn stem.
‘Sorry, Ben, maarik blijf niet mijn hele leven secretaresse omdat ik verliefdop je ben! En weet je wat? Ik ben niet meer verliefd, Ben. Het isover!’ Weer die uitbundige lach. Ze was veel leuker nu ze lachte,dacht Julienne. ‘En ik hoop maar voor je vrouw dat ze hetzelfdedoet!’
Ben keek haastignaar Julienne, en zij zag aan zijn gezicht dat hij zich plotselinghet telefoontje van die morgen herinnerde.
‘Nee!’ zei hij meteen schorre stem, en hij trok Valxe9rie naar zich toe.
‘Wat is er, pap?’
Hij wilde zijnmond open doen om te vertellen wat er was, maar Julienne legde hemhet zwijgen op met slechts xe9xe9n blik.
‘Er is niets, hxe8,Ben?’
‘Nee,’ mompeldehij, en hij liet zijn dochter los.
‘Luister, je vaderheeft rust nodig. Geef hem allemaal maar een hele dikke zoen, dangaan we weer.’
‘Maar mama!’protesteerde Eric.
‘Jullie willentoch niet dat papa nog een hartaanval krijgt? Nou geef hem eenknuffel en een kus, dan gaan we weer.’
‘Waar gaan jullieheen?’ vroeg Ben.
‘We gaan opvakantie.’
‘Wat?!’ riepenValxe9rie en Eric tegelijkertijd.
‘Ja, we nemenlekker een vakantie. En daarna kunnen jullie papa weer zien.’
Nadat ze afscheidhadden genomen, liepen ze terug naar de auto.
‘We gaan niet echtop vakantie, hxe8?’ vroeg Valxe9rie.
‘Jawel. Papa heefttijd voor zichzelf nodig.’
‘Wanneer zien wehem dan weer?’ wilde Eric weten.
Julienne stapte inde auto, waarna Eric en Valxe9rie volgden.
‘Dat zal de tijdons leren.’
En met die woordendrukte ze het gaspedaal in, en reden ze weg, naar een onbekendebestemming.
Want, eens had eenwijze vriend van haar gezegd: het gaat niet om de bestemming, maar omde reis.
En daar ging ze nuaan beginnen.
